Archive for mei 2011
Selectie aangepast wielrennen beleefd succesvol weekend in Piacenza
Het onderstaande verslag van onze wedstrijd heb ik geschreven voor de site van de KNWU.
+++++
Op woensdag 25 mei is de selectie aangepast wielrennen onder leiding van bondscoach Eelke van der Wal afgereisd naar Piacenza Italië, de eerste wedstrijd in een reeks van drie. Voor de selectie, bestaande uit tandems, handbikers en cycling-renners stond dit eerste weekend een wegwedstrijd en een tijdrit op het programma.
De wegwedstrijd werd gehouden op een criterium parkoers van 2,3 km in het centrum van Castel san Giovanni, nabij Piacenza. Het parkoers werd gekenmerkt door een aantal uitdagende bochten, wat in de verschillende wedstrijden tot valpartijen leidde, mede hierdoor ontstonden er veel afzonderlijke groepen renners. Jetze Plat en Johan Reekers konden zich goed voorin handhaven en legde na de sprint beslag op de respectievelijk tweede en derde plek. De tandem dames Kathrin Goeken en Samantha van Steenis reden lange tijd aan kop maar moesten aan de finish een Duits koppel voor zich dulden. Het heren tandem koppel Rinne Oost en Timo Fransen zat in de beslissende ontsnapping die uit de greep van het peloton bleef. De sprint leverde hen een derde plek op.
De volgende dag stond de tijdrit van 11km op het programma. Gedurende de ochtend kwamen alle renners aan de start om deze afstand zo snel mogelijk af te leggen. De H4 handbikers deden het wederom uitstekend met de winst voor Tim de Vries en een hele snelle tijd voor Laura de Vaan. Handbiker Mischa Hielkema pakte met zijn tijd de bronzen plak in de H2 klasse. Gijs van Butselaar (C2) eindigde met zijn vierde plaats net buiten het podium.
Het dames tandem koppel Goeken en van Steenis legde het parkoers als snelste in hun klasse af. De snelste tijd van de dag werd gereden door het heren tandem koppel Oost en Fransen die slecht 12:42,16 nodig hadden voor de afstand. De klasseringen van de andere Nederlanders waren: Jetze Plat (H4, 4e), Johan Reekers (H4, 6e), Nicole den Dulk (H2, 5e), Bastiaan Gruppen (C5, 6e), Teun Kruijff (C4, 11e), Sven Boekhoven (C3, 7e), Alfred Stelleman en Jelte Krol (Tandem heren, 6e).
Voor Goeken en van Steenis en Oost en Fransen leverde deze eerste plekken in de tijdrit hen tevens de zege in het algemeen klassement op.
Van der Wal kijkt tevreden terug op het evenement: “De renners verdienen complimenten voor de behaalde resultaten. Er is goed gepresteerd en dit evenement is een uitstekende voorbereiding op de aankomende wedstrijden”.
De selectie vertrekt vanuit Italië naar Zwitserland en vervolgens naar Spanje.
+++++

Knie
Tot het moment van mijn val ging de wedstrijd eigenlijk wel goed. Ik zat vanaf de start goed voorin en reed mee op kop van de koers. Daarachter werden de mindere goden gelost. Op een bepaald moment zakte het tempo iets in waarna er wat renners ontsnapte.

Schouder
Een dag later was de tijdrit. Een relatief eenvoudig parkoers van 11km. Maar hoe zou dat gaan een dag na de val? Mijn lichaam voelde goed, mijn schouder niet. Na het inrijden op de taxc ben ik met zo’n 15 minuten te gaan naar de start vertrokken. Daar heb ik geprobeerd of ik goed in de tijdrit positie kon liggen en dat lukte best aardig. De start ging nog wat onzeker, maar daarna begon het goed te lopen. Ik kom mijn ritme goed vinden en maakte goed tempo. De laatste kilometer nog alles uit de kast en met een gemiddelde snelheid van 40,7 km/u gefinished, sneller dan ik ooit een tijdrit heb gereden. In het klassement betekende dit een 7de plek op een minuut van nr 1.
Volgende week rij ik in Gippingen. Een belangrijke wedstrijd want het is een nominatie moment voor de spelen. De wedstrijd van afgelopen weekend was daar een soort generale voor. Ik heb kunnen wennen aan mijn tegenstanders en weer wedstrijd gevoel kunnen opdoen. Vorig jaar ging het in Gippingen erg goed en het parkoers ligt me wel. Het is nu dus zaak om te herstellen om daar zo goed mogelijk aan de start te staan. Ik heb er alweer zin in
“Je moet bereid zijn om te vallen”
Ik kan me het gesprek vorige week dinsdag nog goed voor de geest halen. Tijdens het avonddiner, 2 uur voor de start van de trainingskoers op Papendal. “Je moet bereid zijn om te vallen” was het statement. Genoeg aanleiding voor een discussie. “Ik probeer het, als het kan, te voorkomen”, was mijn reactie. Dat was natuurlijk ook de bedoeling, de essentie was dat je bereid moet zijn risico te nemen. Bereid zijn om net iets harder door de bocht te gaan of net iets dichter op je voorganger te durven rijden. Daarbij heb je voordeel ten opzichte van anderen, maar neem je het ook risico te vallen. En alsof de duvel ermee speelt, zo’n 2,5 uur later, een ruim half uur in de koers hoor ik een hoop gekletter achter me en is er een massale valpartij gebeurd. De schade: een hoop schaafwonden, beurse plekken, één breuk. Verder voor duizenden euro’s aan afgeschreven materiaal.
Ik hoor een renner door de telefoon het thuisfront op de hoogte stellen. “Ja, een valpartij. Nee, met mij is alles goed. Wel veel schaafwonden en ik zal de komende dagen wel stijf zijn. Mijn fiets is er erger aan toe: wielen, derailleur, ketting, shifter, misschien zelfs het frame. Mijn lichaam heelt wel weer, die fiets kost geld om te repareren.”. Het leek alsof hij de schade aan zijn fiets het ergst vond. Ik heb liever dat mijn fiets kapot gaat dan ikzelf. Het is namelijk helemaal niet vanzelfsprekend dat het lichaam weer heelt. Het hele peloton rijdt rond met littekens, sommige met een permanente beperking en een enkeling moeten stoppen met fietsen. Nee, als ik mag kiezen dan betaal ik liever alleen de schade aan mijn fiets.
Inmiddels weet ik het zeker, alle renners zijn bereid te vallen. Je merkt het regelmatig aan het gedrang in de koers en de risico’s die er genomen worden. Iedereen probeert ook een val te voorkomen, gezien de vele near misses en close calls. Een brul hier, een duwtje daar en snel even in de remmen knijpen. Soms schiet je iemand voorbij in een bocht: “Die is minder bereid om te vallen als ik”. Meestal gaat het goed. Val je toch, dan sta je zo snel mogelijk op, controleer je je fiets en rij je weer door. Als er niets uit het lichaam steekt kun je verder. Misschien gaat het dan niet meer van harte, maar je doet het wel. De koers gaat door en het liefst met jou er bij.
Wouter Weylandt was bereid te vallen en dat was hem vast ook al eens overkomen. Zijn naam kwam me slechts bekend voor, toch gingen de beelden door merg een been. Omdat ik zijn type ken, hem net als alle andere renners bewonder. Alsof hij een vriend is, die goede buurman van het land hiernaast. Hij stond niet meer op, controleerde zijn fiets niet en reed niet verder. De etappe was niet meer belangrijk, maar ik keek geschokt verder in de hoop goed nieuws te krijgen over zijn toestand. De podiumceremonie werd afgelast. “We weten nu waarschijnlijk meer dan er officieel bekend is”, klonk het sporza commentaar. Het werd een zwarte dag in de geschiedenis van het wielrennen.
Je moet bereid zijn om te vallen… Maar toch niet zo hard dat je er dood aan gaat? Of is dat nou eenmaal het risico van vallen, dat je verkeerd terecht komt?


