Archive for juli 2009
Rode nummers
Tijd om weer eens krachten te meten met de pro’s. Althans, voor mij lijken het pro’s, maar feitelijk zijn het clubgenoten die er plezier in hebben tegen elkaar te strijden. En blijkbaar maakt een mooie dag als vandaag het beste los in iedereen want het was druk op de baan! Ik schat zo’n 70 renners in alle soorten, maten en klassen. En ik zat er tussen, naar later bleek nog steeds in mijn eigen klasse.
De donderdag is de competitie avond voor de trimmers, maar ook de licentiehouders mogen, buiten meededinging, meedoen. Zo ontstaat er al snel een grote groep, enerzijds met renners die bezig zijn met de competite, anderzijds met renner die gewoon een avondje komen trainen. Met een peleton van 70 man/vrouw dus volle bak. En ik reed er als groentje tussen.
Tijdens het inrijden raakte ik in gesprek met Lennard, medewerker van mijn fietsenmaker en daarom een bekende. Van hem kreeg ik een gouden tip:”Hou de rode nummers in de gaten!”. Alle deelnemers krijgen bij inschrijving een nummer die opgespeld moet worden, de trimmers krijgen een grijs nummer, de licentiehouders rijden met rode nummers. Maar waarom moet ik dan de rode nummers in de gaten houden?
De rode nummers identificeren licentiehouders. En licentiehouders zijn over het algemeen sneller dan de trimmer. Licentiehouders mogen zich niet met de wedstrijd bemoeien en hangen daarom vaak achterin het peleton, maar laten niet zo snel een gat vallen. Als je dus uit het peleton dreigt te raken moet je een rood nummer opzoeken en in het wiel duiken, hij houdt aansluiting met het peleton en jij daarmee ook. Geweldige tip, gaan we doen!
De wedstrijd start traditioneel met twee ronden inrijden waarna het los gaat. De snelheid wordt vooraan opgevoerd en ik duik achter een rood nummer. Op deze manier kan ik in het peleton handhaven, althans, voor nu. Want ik merk dat ik in het rood moet om bij te blijven en na twee rondjes is het over, ik begin er doorheen te zakken. Maar ineens voel ik een hand op mijn rug en krijg ik van een rood nummer een zetje terug het peleton in. Op die manier kan ik toch nog iets langer bijblijven, maar dan in het echt over. Lossen dus.
Ik draai rustig mijn eigen rondjes en wacht totdat ik weer opgeslokt wordt door het peleton. Maar helaas moet ik ze weer snel laten gaan omdat ze net op snelheid raken voor een tussensprint. Weer even afwachten en een nieuwe poging doen. Deze tweede poging slaagt wel en ik zit weer in het peleton, uiteraard weer in het rood. Het zal dus niet lang meer duren voordat ik moet lossen, maar ik wil dat moment zo lang mogelijk uitstellen. Om het moment dat ik echt niet meer kon, met een hartslag op de 190, krijg ik weer een zetje. Terug het peleton in, weer aanzetten, nog dieper gaan.
Nadat ik voor de tweede keer uit het peleton ben geraakt en het daarna voor de tweede keer niet lukt om weer aan te klampen ben ik uit de baan gegaan om niet een rijdende chicane te vormen voor de overige rijders. Met brandende kuiten en een brandende dorst lever ik mijn rugnummer in en vertrek ik redelijk voldaan naar huis. Redelijk voldaan omdat het beter ging dan de vorige keer alleen had ik graag in het peleton blijven hangen en niet moeten lossen.
Thuisgekomen analyseer ik de gegevens en zie ik het onderstaande als resultaat. De pieken in de hartslag en snelheid zijn de momenten dat ik in het peleton zat.

Gemiddelden per ronde
Het vermogen van rond de 250 is voor mij in het rood, maar normaalgesproken niet zo erg dat ik een hartslag van 190 haal. Tijdens een training hou ik een gemiddelde van 250 watt makkelijk vol gedurende een aantal minuten. Waarom hier niet? De oplossing zit in de pieken in het vermogen tijdens een wedstrijdronde ten opzichte van een training waarin de verdeling geleidelijk is. Ter illustratie de 3de, 4de en 5de ronde in de bovenstaande grafiek hieronder nogmaals in detail afgebeeld. Hier is duidelijk te zien dat ik na elke bocht weer op gang moet komen door aan te zetten en daarmee eigenlijk na elke bocht een korte sprint moet leveren. Gemiddeld niet zo hoog, maar het sloopt je na een aantal ronden helemaal! Misschien moet ik mijn training hier ook maar eens op gaan richten, wil ik nog een keer mee blijven rijden met het peleton. Al met al een leuke en leerzame avond, blij dat ik heb meegedaan!

Vermogen per ronde
Vakantie in beelden
De eerste kilometers zijn weer gemaakt in Nederland. Het lijkt wel een andere wereld, zo plat. En dat doet me weer terug verlangen naar Zwitserland, waar we een week tussen de bergen doorgebracht hebben. Tijd om nog wat beelden op een rij te zetten.

Uitzicht uit appartement

Gevonden in plaats van Buhlberg

Zwitserland doorkruisen

Als eerste boven

Appelgebak = wielrennersvoer

Bovenop de Jaunpass

Watervalletje

De tour komt eraan

Bovenop de col de la croix

Beachvolleybal in Gstaad

In welk land zijn we geweest?
Nog wat statistieken van deze week:
Gereden kilometers: 300
Gereden uren: 17
Aantal hoogtemeters: 5.500
Verbrande calorieen: 11.828
Ohja, en dan moeten we nog de truien verdelen! Als bekroning van deze mooie week stel ik voor dat we beide de gele trui verdienen. Het is tenslotte geen wedstrijd en dat hebben we er ook niet van gemaakt.
En de witte trui? Er werd ons subtiel duidelijk gemaakt dat wij, sinds we beide dertigers zijn, geen van beide meer recht hebben op een trui die bedoeld is voor de leider van het jongerenklassement. Bedankt!
Koninginnenrit
Vandaag werd de eerste echte berg etape in de tour de France gereden, van Barcelona naar Andorra in de Pyreneeen. Tijdens deze etape was het eerste klimmersvuurwerk te zien met twee cols van de vierde, een van de derde, een van de eerste en een van de buiten categorie. Wij hebben dit geweld in de herhaling gekeken, want wij waren met onze eigen vuurwerk bezig. Vandaag was namelijk ook de dag van onze koninginnenrit!
De koninginnenrit van een koers wordt meestal gekenmerkt door een lang en zwaar parkoers, eentje die er echt uit springt. Hadden wij tot nu toe maximaal twee cols per etape gereden, deze dag zouden het er drie worden. Via welke route was afhankelijk van hoe de benen voelde na de rit van gisteren. Op beide routes had ik ongeveer 2000 hoogtemeters geschat, maar in het ene geval zou dit verdeeld zijn in 4 x 500m beklimmingen en in het andere geval in 2 x 500m en 1 x 1000m. Na wat discussie waren we het er over eens dat we de laatste route zouden nemen, omdat hier de grootste uitdaging in zat, de 1000m beklimming. De route: Gstaad – Gsteig – Col de Pillon - Le Sepey – Aigle – Ollon – Col de la Croix - Les Diablerets – Col de Pillon - Gsteig – Gstaad.
De uitdaging vandaag was de col de la Croix, met een hoogte van 1778 meter. Om aan de voet van deze berg te komen moesten we eerst over de Col de Pillon, waarna ons een afdaling naar Aigle stond te wachten. Over een afstand van 25 kilometer hebben we bijna uitsluitend gedaald. Met name het laatste stuk, waarbij we tussen de bergen door het dal in konden kijken was geweldig! Na nog een klein stuk vlak kwamen we bij de voet van de col de la Croix aan. Tijd om serieus te gaan klimmen.
Een bord aan de voet van de col liet ons weten dat we na 10 kilometer een dorp genaamd Villard zouden vinden. Dus we spraken af elkaar daar weer te treffen, want het was duidelijk dat we ook op deze klim niet bij elkaar zouden blijven. Vrijwel gelijk na de start kom ik in een mooie cadans terrecht en maak ik mijn eigen tempo. Het is een mooie maar zware beklimming. Regelmatig tikt de teller 10% aan, 10 hoogtemeters op elke 100 lengtemeters. Dat lijkt weinig, maar zelfs een auto heeft hier moeite mee. Op sommige stukken met haarspeldbochten is er een mooi uitzicht over de vallei en kan ik Rogier iets lager zien fietsen. Het is deze week wel duidelijk geworden dat klimmen meer mijn ding is. Na 52 minuten klimmen heb ik 740 hoogtemeters overbrugd en ben ik in Villard aangekomen. Hier wacht ik op Rogier die een aantal minuten later in een wat minder humeur aan komt rijden. Deze klim is toch best zwaar. In Villard perkeren we ons op een terras en drinken wat en komen een beetje bij.
Op het moment dat we verder gingen rijden stelde ik Rogier nog gerust met de gedachte dat we al 740 van de 1000 hoogtemeters gestegen waren. De top zou bij wijze van spreken om de volgende bocht liggen. Hier wordt gelijk duidelijk dat parkoers-kennis erg belangrijk is, want dit is helemaal niet het geval. De col de la Croix blijk bijna 1350 hoogtemeters te bevatten, wat betekent dat we maar net over de helft waren. In de verwachting nog ongeveer 3-4 kilometer te moeten klimmen starten we het tweede deel van de beklimming. Het werd me al snel duidelijk dat ik er naast zat. Al 5 kilometer verder, al 6 kilometer verder, al 7 kilometer verder. Na elke bocht verwacht ik het verlossende bord dat de top aangeeft, maar telkens komt deze niet. Gelukkig had ik mezelf een goed tempo aangemeten dat ik voorlopig nog vast kon houden, maar toch was dit een onaangename verrassing. Pas na wederom 41 minuten klimmen kwam ik bij de top aan, op 1778 meter hoogte. De klus was geklaard!
Ondanks dat we allebei moe waren moesten we nog wel een stuk afdalen, wat niet veel moeite kost, en wederom de col de Pillon beklimmen, deze keer van de moeilijke kant. Maart ondanks de vermoeide benen is ook dit gelukt en hebben we 6 uur na de start met succes ons eindpunt bij de auto bereikt.
De etape in de tour de Francce was vandaag 224 kilometer lang, wij hebben 92 kilometer gefietst. In de tour etape zaten 5 cols van verschillende categorieen, bij ons 3. De col van de buiten categorie van de touretape was 943 hoogtemeters, onze col was van een buitengewone categorie met bijna 1350 hoogtemeters. En het totaal aantal overbrugde hoogtemeters was in beide ritten ongeveer gelijk, 2200 meter. Voor de tour ‘a day at the office’, voor ons de koninginnenrit.

Bergtrui in gevaar
Wikipedia: “Een bergpas (ook vaak aangeduid met het Franse col) is een lager gelegen deel van een bergrug. Je kunt de bergrug op die plaats makkelijker oversteken en bergpassen zijn daarom al sinds mensenheugenis belangrijke verbindingsroutes. Zo legden de Romeinen al wegen aan over bergpassen in de Alpen. Een weg over een bergpas wordt een pasweg genoemd. Meestal is dat een weg met veel haarspeldbochten. Een pas is, in wiskundige zin, een zadel in het aardoppervlak. In de bergrug is het een laag punt, en daardoor de ideale plaats om aan de andere kant van de bergrug te komen. Voor de reiziger is het echter een hoog punt: hij moet klimmen om de pas te bereiken.“. Zo’n pas is de Jaunpass en klimmen hebben we gedaan!
Vandaag begon het weer rond het middaguur er steeds beter uit te zien wat voor ons het sein was om te vertrekken. Bestemming? De Jaunpass. Deze pas verbindt de gebieden Fribourg en Bern met elkaar en ligt om de hoek van Zweisimmen. De weg die we gaan rijden ligt er al sinds 1878. Na zo’n 8 kilometer inrijden staan we aan de voet van de beklimming. Deze uitdaging is ongeveer 8 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van ruim 8 procent.
De klim begint en al snel rijdt Rogier bij me weg. Hij houdt nog even in om me bij hem te laten komen, maar ik geef aan dat hij zijn eigen tempo moet rijden. “Ik wacht ook niet op jou”, zeg ik nog. Misschien egoistisch want samen rijden is natuurlijk leuker, maar op een beklimming net boven of net onder je niveau rijden vind ik niet prettig. Dus, eigen tempo en boven hergroeperen. Rogier neemt gestaag afstand en ik handhaaf mijn eigen tempo. Heb ik de benen niet vandaag, loopt het niet lekker, heeft Rogier zijn vermogen sneller verbeterd? Deze vragen spoken door mijn hoofd, want normaalgesproken ben ik de betere klimmer. En ik klim ook niet langzaam, mijn vermogensmeter geeft tussen de 200 en 220 watt aan en dat is normaal. Het lijkt erop dat ik vandaag genoegen moet nemen met een tweede positie in de beklimming waarmee mijn bergtrui in gevaar komt.
Rogier en ik hebben de truien van deze vakantie al heel snel verdeeld. Rogier krijgt de groene trui. Hij is niet bij te houden tijdens sprints naar de verschillende plaatsnaamborden.
Gstaag: 1. Rogier, 2. Sven.
Gsteig: 1. Rogier, 2. Sven.
Zweisimmen: 1. Rogier, 2. Sven.
De bolletjestrui (bergtrui) daarentegen is van mij. Ik ben de betere klimmer van ons beide en kom als eerste boven op de beklimmingen.
Col de Wasserngrat: 1. Sven, 2. Rogier.
Col de Pillon: 1. Sven & Rogier.
Col de Mosses: 1. Sven, 2. Rogier.
Twistpunten zijn de gele en de witte trui, want daar kunnen we het nog niet over eens worden. De uitslag hiervan zal later deze week bekend gemaakt worden.
Na zo’n 4 kilometer klimmen merk ik dat de afstand tussen ons niet langer oploopt en zelfs langzaam begint terug te lopen. Na een tijdje bevind ik me op ‘het elastiek’. Dat wil zeggen dat ik vlak achter Rogier rij, maar er niet helemaal bij kan komen, waarna de afstand weer iets oploopt en terugloopt en oploopt en… Dan begint het steilste stuk van deze pas pas. Ik kan naast Rogier komen en vraag hoe het gaat, wetende wat het antwoord zal zijn: “Zwaar!”. Dat zou mijn antwoord ook zijn. Ik behoud mijn tempo en rij hem voorbij. Ik voel en hoor Rogier nog even aanpikken waarna hij afscheid neemt: “We zien elkaar boven
wel”. Op zo’n 3 kilometer van de top heb ik de leiding weer in handen! Ik concentreer me op mijn trapfrequentie en mijn trap techniek. Ik hou mijn vermogen in de gaten en laat mijn hartslag niet in het rood gaan. De wind neemt toe naar mate de top nadert, dus dat betekent extra inspanning. Na een haarspeld bocht kijk ik omlaag en zie ik Rogier klimmen, hij houdt ook een goed tempo aan, maar hij kan niet meer bij me komen voor de top, daar is de afstand te groot voor. De bolletjestrui is weer zekerder gesteld nadat de laatste bocht en het vlakker worden van de weg het einde van de beklimming aankondigen. Na ongeveer 1,5 minuten arriveert Rogier op de top en schudden we elkaar de hand op deze mooie beklimming.
En zoals na elke beklimming is daar de beloning van de afdaling! Hoge snelheden, hard remmen, plat door de bochten en over het randje een ravijn instaren. Alleen aan welke kant gaan we naar beneden. We hadden afgesproken de Jaunpass van beide kanten te beklimmen vandaag, maar na deze eerste kant was er toch wat twijfel of we ook de andere kant moesten doen. De knoop werd doorgehakt op basis van het feit dat de andere kant minder zwaar is. Dus afdalen richting het plaatsje Im Fang. En wat een afdaling! Mooi breed asfalt en af en toe een bocht. Op mijn garmin zag ik al wat we naar boven te voorduren zouden krijgen en ook dat was niet mis. Regelmatig zag ik 10% a 11% staan en onder de 8% kwam hij niet (de beklimming blijkt uiteindelijk 5,5 kilometer met 8,5% te zijn). Na zo’n 6 kilometer dalen kwamen we op een vlak gedeelte en besloten we weer te gaan klimmen. Tijdens deze beklimming herstelt de normale orde zich snel. Na zo’n 500 meter rij ik bij Rogier weg om hem na aankomst op de top na bijna 2 minuten weer te begroeten. Het bergklassement zit op slot en de bolletjestrui is vooralsnog van mij! Maar we hebben nog een koninginnenrit gepland staan die misschien roet in het eten gooit.
Totaal hebben we vandaag toch weer ongeveer 1250 hoogtemeters overbrugd.

Beentjes losrijden
Het weer was vandaag niet erg goed. Veel regen, weinig zon. Eigenlijk een kopie van gisteren waar we ook niet in staat waren te gaan fietsen. Maar gelukkig brak het tegen het eind van de middag toch open en zijn we alnog snel op de fiets gesprongen met het idee even de beentjes los te rijden. Bestemming: Lenk, een plaatje niet ver van Zweisimmen, waar wij verblijven. Richting Lenk is het vals plat omhoog met een incidentele korte beklimming. In Lenk zelf zit de Buhlberg, maar of we daar tegenop gaan rijden vandaag zien we wel als we er zijn.
Vandaag wel een zweetshirtje aan onder de wielrenkleding want het is best fris. Verder korte mouwen en korte broek, want we fietsen ons wel warm. Richting Lenk rij je eigenlijk tussen twee kammen door die zich aan het eind samenvoegen tot een hoge berg. Op die berg ligt zelf nu nog sneeuw, misschien ligt het er al eeuwig. Het komt er in ieder geval gedeeltelijk vanaf want aan het eind van de beschaving in deze kloof storten zich duizenden liters water met geweld van de berg af. Het begin van de Rijn, volgens Rogier.
Vooralsnog hebben we de Buhlberg niet gevonden en aangezien de weg hier ophoud zitten we vast niet goed. Dus maar even vragen aan een local. Voor de Buhlberg moeten we iets verder terugrijden en dan bij een rontonde rechts. Op weg daar naartoe zien we de regen al hangen, dus bij de eerste druppels vluchten we een terras op. Even wat drinken en wachten tot de bui voorbij is. Maar helaas schrijft deze bui onze beklimming van de buhlberg ook af, want klimmen op natte wegen is niet zo erg, maar afdalen is een minder prettig idee. Dus vangen we de terugweg aan. Om nog even goed gang te maken gaan we kop over kop. Door de inspanning wordt ik nog wel uit het wiel van Rogier gereden, maar dat mag de pret niet drukken. Wat een snelheid kun je maken als je om de beurt in de luwte van de ander kunt rijden! Zo zijn we in no time terug bij ons vertrek, waar we vol genoegen op de bank ploffen. Toch weer een mooi stuk van Zwitserland gezien en 40 kilometer gefietst.
Onze eigen tour etappe
Toen ik het gordijn opzij schoof zag ik de regen met bakken uit de hemel komen. Helaas, vandaag zit een rondje fietsen er vast niet in… Dus rustig wakker worden, ontbijten, boodschapen doen, en dan zien we wel verder. Gelukkig begon het gedurende de ochtend al verder op te klaren en ontstond er in het eerste uur van de middag zowaar een stressmoment: snel lunchen om met de auto naar de start van onze geplande toer te rijden, want het weer was compleet omgeslagen!
Vandaag gingen we een rondje rijden dat Rogier een jaar eerder ook gereden had. In deze ronde de col de Pillon en de col de Mosses, totale lengte ongeveer 65 kilometer. Na op een parkeerterrein de fietsen en onszelf in orde gemaakt te hebben zijn we gestart.
Het was 20 minuten rijden tot de voet van de col de Pillon. Had hij zich gisteren nog in nevel gehuld waardoor wij niet in staat waren hem te bedwingen, vandaag lag hij er prachtig bij en begonnen we de beklimming met een heerlijk zonnetje op ons gezicht. Vandaag zou hij zich prijs geven. Op deze eerste beklimming zijn we samen omhoog gereden en hebben we geen gekke dingen gedaan. Oke, de laatste kilometer heb ik geprobeerd Rogier uit mijn wiel te rijden, maar hij bleef met ogenschijnlijk gemak naast me rijden waardoor we uiteindelijk samen boven kwamen. Hier hebben we even met onze bidonnen getoost en van het uitzicht genoten.
De beloning van een beklimming is altijd de afdaling die er op volgt. De leukste tour etappes zijn degene die bergopwaarts eindigen, maar het lijkt me altijd zo onbevredigend dat je dan niet af kan dalen. Gelukkig mogen wij dat we en al snel geeft de snelheidsmeter snelheden van boven de 60 km/u aan. Af en toe flink in de ankers voor een bocht om daarna weer aan te zetten om op snelheid te komen. Klimmen vind ik geweldig, maar dit is eigenlijk ook wel erg leuk!
En zo snel als het afdalen gaat, zo snel is het ook afgelopen en wordt het dalingspercentage omgezet in een stijgingspercentage. We zitten op de col de Mosses. Nu moet je weten dat de tour de france dit jaar ook over de col de Mosses gaat, alleen gaan wij hem van de kant bedwingen die de tour gebruikt om vanaf te dalen. En dan moet je ook weten dat de kant waar wij staan de zwaarste kant is. Dit wordt dus
flink aanpoten waarbij een ongeschreven wielerwet van toepassing is: Eigen tempo rijden en boven hergroeperen. Al na 100 meter blijkt mijn tempo hoger te liggen dan die van Rogier en rij ik langzaam bij hem weg. Regelmatig kijk ik om om te zien of Rogier misschien een poging doet in het wiel te blijven, maar dat gebeurt niet. Ik meet mezelf een heerlijk tempo aan en voel mijn ademhaling zwaarder worden. Mijn hartslag gaat omhoog, maar gaat niet in het rood. Het gaat goed en het voelt goed. Nog even achterom kijken, nee, Rogier is niet meer te zien. De weg wordt vlakker, dus het tempo kan omhoog. Niet rusten, niet bijkomen, gewoon door. Het is een wedstrijd tegen mezelf die ik win als ik het uiterste uit mezelf haal en mezelf pas rust gun op de top. Af en toe schakel ik wat tanden zwaarder en kom ik uit het zadel, even een andere houding om alles soepel te houden. En tot mijn verbasing rij ik al het plaatsje Mosses in. Ik had niet verwacht al bij de top te zijn, maar daar is hij toch al. Hier parkeer ik mezelf en wacht op Rogier die zo’n 3 minuten later de top bereikt. Moe maar voldaan poseren we voor een foto die een passant van ons maakt.
De afdaling van de col de Mosses is op punten nog iets sneller als de cool de Pillon, de 70 km/u wordt net niet bereikt. We rijden daar in de wetenschap dat de tour caravaan in minder dan twee weken deze col ook aan doet. Het is dat we geen verf bij ons hebben anders hadden we onze namen even op het asfalt geschreven: Col de Rogier, Col de Sven. Kijk 19 juli naar de tour etappe en stel je voor dan wij in het peleton rijden. Ik ga het in ieder geval wel doen en misschien stel ik me even voor dat ik weg demarreer.

Weer even wennen
Gisteren zijn we in Zwitserland aangekomen! Door het matige weer waren we niet in staat de omgeving op de fiets te verkennen, dus gingen we dat vandaag doen. Het weer was nog steeds niet ‘je van het’ en daarom wilde we flexibel zijn. Flexibel in de zin van: verschillende beklimmingen en uit de buurt blijven van eventuele regen. Rogier had voor de start van onze rit Gstaad uitgekozen. Daarvandaan hadden we de mogelijkheid een rustige eerste klim te doen om daarna naar de col de Pillon te rijden. We moesten het niet te zwaar maken vandaan en eerst aclimatiseren, zei Rogier me nog.
Na de eerste beklimming richting Lauenen, wat inderdaad een opwarmertje was, hebben we koers gezet naar de col de Pillon. En, je raad het al, aan de voet ervan begonnen de eerste druppels te vallen. Nou smelt ik niet van een beetje water, maar om met 60+ km/u in een afdaling te storten in de regen zie ik niet echt zitten. Dus zijn we weer terug naar Gstaad gereden. Erg jammer, maar een verstandige keuze. Niet te min hadden we er behoorlijk de Pee in.
Dan maar weer richting Lauenen? Tja, niet echt een uitdaging, maar bij gebrek aan beter… Aan de voet staan we bij een T-splitsing waar we rechts naar Lauenen afslaan. Maar rechtdoor loopt ook een weg. Geen idee waar die naartoe gaat, maar na kort beraad besluiten we die kant uit te proberen, daar kunnen we richting Wasserngrat. Even verder over de brug naar rechts en dan begint het. Gelijk 10% voor de kiezen! En dat houdt voorlopig niet op ook. Na 3 kilometer zwoegen wordt het eindelijk weer vlak. Tijd om even uit te puffen, dit hadden we beiden niet verwacht. En nu, doorrijden of teruggaan? Geen idee waar de weg naartoe leidt, maar we proberen het gewoon, terug gaan kan nog altijd. Na wat kleine afdalinkjes en kleine klimmetjes blijken we over te kunnen steken naar de bergkam aan de andere kant van het dal en kunnen we via die weg terugrijden. Op topsnelheid knallen we naar beneden via vloeiende wegen met een percentage van wederom 10%, soms zelf steiler. Snelheden van rond de 55 km/u worden met gemak bereikt en volgehouden. Dit rondje eindigt vervolgens bij die brug, je weet wel, waar we net rechtsaf geslagen waren. We hebben een prachtig rondje ontdekt!
Zo, genoeg gedaan voor vandaag! 50 kilometer gefiets en flink wat hoogtemeters gemaakt. Rogier zal trots zijn en vast willen temporiseren. Niet dus! Hij wil toch nog even naar Lauenen rijden. Vooruit dan maar… De euforische stemming van ons zojuist gemaakte rondje stuwt ons nog wel een keer omhoog. Terug naar beneden vanaf Lauenen overvalt een kleine regenbui ons. We zetten nog even flink aan om snel beneden te zijn en vluchten in Gstaad een terras op. Een welverdiende cola is ons deel! Na terugkomst bij de auto barst de regen in alle hevigheid los en blijkt dat we onze tocht geen minuut te vroeg afgebroken hebben.
En het resultaat van deze eerste dag Zwitserland? 58 kilometer gefiets in 2 uur en 35 minuten waarin we 840 hoogtemeters overbrugt hebben. Hieronder is het profiel van onze tocht te zien, inclusief de stijgingspercentages. Het is weer even wennen, maar ik vind het nu al weer leuk!

Hoogteprofiel





