Archive for maart 2009

Kopje bloemendaal

Als je van klimmen houdt moet je niet in de randstad gaan wonen. De omgeving is zo vlak als een biljartlaken. En laat ik nou net van klimmen houden en in de randstad wonen… Voor mij reden om geregeld de andere kant van het land te bezoeken om een ‘echte’ beklimming te ervaren. Nou ja, voor echte beklimmingen moet je naar het buitenland.

Kopje bloemendaal

Kopje bloemendaal

De enige fun die je in het westen kunt beleven is in de duinen. En nog op een ander punt. Een punt dat bekend is bij alle wielrenners uit de buurt, kopje bloemendaal. Daar kun je ook het klimmersgevoel krijgen. Met zijn lengte van 1600 meter, maximaal stijgingpercentage van 7% en hoogteverschil van ongeveer 30 meter stelt ie natuurlijk nog steeds nauwelijks wat voor, maarja, alternatieven zijn er hier niet.

Dus na de housewarming van mijn nichtje Sandra ben ik op de fiets gesprongen naar Bloemendaal. Toch nog zo’n 25 km rijden voordat ik er ben. En dan erop en erover, heerlijk. Even flink aanzetten en uit het zadel komen. Het voelt goed en ik rij met gemak naar boven, beter dan ooit ervoor. Aan de andere kant afdalen, keren en weer terug omhoog. Ik laat het bij deze twee beklimmingen, volgende keer doe ik er een paar extra.

Nog geen reacties

Een ervaring rijker…

Vol goede moed sta ik aan de start van mijn eerste wedstrijd. Eigenlijk een trainingswedstrijd, maar het voelt als een echte wedstrijd. Locatie: ter Spekke in Lisse, de baan van mijn wielren vereniging RTV de Bollenstreek. Het startschot gaat zo vallen.

Ik denk nog even terug aan de twee rondjes inrijden die ik zojuist gedaan heb. Even samen met een clubgenoot mijn eerste rondjes op de baan gedaan, een paar verkenningsronden. Eigenlijk is het redelijk recht toe, recht aan. De baan is 1,5 km lang en heeft de vorm van een rechthoek. De ene helft is geasfalteerd en de andere helft is bestraat met straatklinkers. En er zit zelfs een kleine beklimming in over een weg die toegang geeft tot het binnenterrein.

“Mooie bochten”, zeg ik tegen mijn clubgenoot, “hier kun je vast vol gas doorheen op racesnelheid”. “Nou”, krijg ik als antwoord, “dan moet je echt wel een beetje inhouden”. Dat antwoord verrast me wel. Of ik schat de bocht verkeerd in, of de racesnelheid. Ik ben bang voor het laatste.

Voordat we starten klinkt er een korte instructie. Peter geeft de eerste twee ronden de snelheid aan, daarna gaan we los. Dus eerst rustig Peter volgen en hem niet inhalen.

Het peleton komt op gang. Na een halve ronden rijden we al ruim 35 km/u. Dit gaat wel snel, en erger nog, dit is pas inrijden! Wat gaat er gebeuren na die eerste twee ronden? Nou, dat heb ik geweten… Toen de race exht begon heb ik twee bochten kunnen aanhaken waarna ik eraf gereden werd. Ik zat gelijk in het rood en kon echt niet harder. Zelfs de ronden daarna heb ik bewust moeten inhouden om mijn hartslag enigszins te laten dalen. Gedurende de duur van het wedstrijduur ben ik nog verschillende malen ingehaald door de andere rijders. Ik ben niet blij met mijn prestatie, maar wel met het feit dat ik meegedaan heb en dat ik niet opgegeven heb. Een ervaring rijker, een illusie armer.

Hieronder een grafiek met daarin het gemiddelde geleverde vermogen, de gemiddelde hartslag en de gemiddelde snelheid per ronde. Zoals je kunt zien levert de derde ronde (de eerste ronde op racesnelheid) de volgende cijfers op: vermogen = 239 watt, hartslag = 184 bpm, snelheid = 36,6 km/u.

Ronde analyse

Nog geen reacties